Twee neefjes, twee niet meer zulke jonge Hanzen.
En hoe vrijwel even oude neefjes toch zó kunnen verschillen.
Sinds vanmorgen heeft Hans een broertje: de pakjesman bracht een neefje-handopwind-Max Bill stijl-
Junghans. Naast enkele electronische Hanzen heb ik nu twee mechanische: twee neefjes.
Even terzijde: waarom koop je nou zoiets, zulke ouwe dingen? Er zijn nou juist in deze designlijn
splinternieuwe klokjes te koop! Welnu dat heeft er alles mee te maken dat ik juist deze oudere
exemplaren veel eerlijker en authentieker vind dan de moderne re-issues en lookalikes / hommages.
En je kan op deze manier voor betrekkelijk weinig geld leuke -en ook nogeens heel betrouwbare- dingen
scoren.
Ik heb er nu dus twee van, van die mechanische Hanzen en zet die hier eens naast elkaar.
Het exemplaar met de decentrale seconde heeft als kloppend hart het J93s kaliber (ook bekend onder
nummer 693.33). Het is een uurwerkje uit een bloedlijn waarvan de borelingen het levenslicht zagen
tussen 1954 en 1966, volgens de gegevens van Ranfft.
Deze is uit “I2”, wat in Junghanstaal betekent dat 'ie uit september 1962 stamt.
Deze Hans is een simpele tikker: de diameter is 25,55 mm, hij klopt er met een ritme van 18.000 vrolijk
op los en moet een gangreserve hebben van ca. 45 uur. Handopwinder uiteraard met -volgens Ranfft
alweer- 7 steentjes, al staat er op de wijzerplaat “15 jewels” aangegeven.
Er zouden ook in zijn 93-bloedlijn familieleden zijn geboren met 15, 16 en 17 steentjes.
De vraag is of dokter Ranfft bij de geboorte het aantal (s)tenen wel goed heeft geteld.
Deze Hans is er eentje van een tweeling, hier http://www.horlogeforum.nl/read.php?19,312500 wordt verteld over dat broertje.
Het is een beetje een simpele ziel dus, deze septemberhans, die overigens wel braaf zijn werk doet en
die kennelijk goed heeft gekeken naar de legendarische ontwerper, kunstenaar en beeldhouwer Max
Bill: kijk maar naar indices / cijfers op de wijzerplaat.
Maar als je hem vergelijkt met zijn -een paar maanden oudere- neef Hans, dan wordt wel duidelijk dat 'ie
met recht van een ander kaliber is. Neeflief is van “E2”, wat vertaald “mei 1962” betekent.
Deze is ietsje groter gegroeid, is uiterlijk wat rustiger van aard maar ook hij heeft wel iets met de stijl
en de vormgeving van Max Bill.
“Grote” Hans heeft duidelijk een andere vader en heeft een andere school doorlopen: hij doet het met
een kaliber J85/10 (alias 685.70) uurwerk. En dat is een chronometeruurwerk, is ook -in tegenstelling tot
neeflief, die een anoniem massatikkertje in zich draagt- genummerd, ziet er vanbinnen en vanbuiten
duidelijk mooier en verzorgder uit. Loopt met hetzelfde tikgetal maar is dus nauwkeuriger en een tikje
betrouwbaarder dan "kleine"neef Hans.
Wel handig is dat ze dezelfde schoenmaat hebben: ze kunnen dus elkanders leder dragen.
Hier een paar fotoos van de twee hanzen:









Wel een heel mooi uurwerkje in die andere trouwens. Veel draagplezier gewenst!


