Keramiek vs keramiek vs keramiek

Ik heb een bespreking geschreven waarin ik drie horloges vergelijk die vervaardigd zijn uit keramiek: namelijk de Rado D-Star, Omega Speedmaster Dark Side of the Moon en Rolex Submariner (ref 114060). Belangrijke disclaimer: de tekst is errrrugh lang. Iedereen is dus gewaarschuwd :slight_smile:

Keramiek
Keramiek is een materiaal dat de laatste jaren steeds meer ingeburgerd geraakt in de wereld van haute horlogerie. Keramiek is niet erg duur, maar is goed op weg om het meest geliefkoosde materiaal van luxehorloges te worden. Het is namelijk zeven keer harder dan roestvrij staal op de Vickers-schaal waardoor het bijna gegarandeerd kasvrij blijft. Keramiek is bovendien erg duurzaam waardoor het jaar in, jaar uit als nieuw blijft uitzien. De trend dat steeds meer horlogeproducenten een beroep doen op dit materiaal berust dus niet op toeval.

In dit duel nemen drie Zwitserse zwaargewichten het tegen elkaar op: de Rado D-Star, Rolex Submariner (114060) en de Omega Speedmaster Dark Side of the Moon, maar vrienden mogen DSotM zeggen. Rado is een pionier in het gebruik van materialen en maakt al decennia lang gebruik van keramiek en consoorten. Als je echter in de Radogebouwen spreekt over keramiek word je getroffen door de banbliksems van alle Rado managers, want zelf hebben ze het liever over Ceramos. Dit is een legering van keramiek, titaniumcarbide en andere heetgebakerde stoffen. Voor het gemak zal ik dit keramiek noemen, ook al is het blasfemisch om dit te doen.

Introductie
Het minst iconische horloge van deze keramische collectie is ongetwijfeld de Rado D-Star. Marketeers plaatsen Rado in het high range marktsegment van de Swatch-groep. Aangezien Zwitsers van Bill Gates hebben geleerd dat luie mensen het meest efficiënt zijn, hebben deze luilakken de segmentering blindelings mee overgenomen naar het marketingdepartement. Daar vertoeft Rado in het bevallige gezelschap van Longines en Union Glashütte. De naam Rado staat niet meteen als een klok, maar heeft desondanks veel pionierswerk verricht op het gebied van harde materialen. Rado is wellicht het enige merk ter wereld waar de materialen bekender zijn dan de uurwerken die er gebruik van maken.

De D-Star is een onlangs ter ziele gegane lijn die afstamt van D-Star 200, een andere lijn van duikhorloges. De D-Star is dus in principe een duikhorloge, maar de plaatselijke ontwerper had die dag “Rebel without a Cause” bekeken en toverde die filosofie om in zijn CAD-ontwerp. Het resultaat is dat dit een duikhorloge is voor voornamelijk duikers met suïcidale neigingen. Het is waterdicht tot honderd meter, bevat geen lume en de leesbaarheid van de grijze wijzerplaat dingt mee naar de Darwin-awards. Kortom, het enige duiken dat dit horloge zal doen is desk diving wat ook een nobele en onbeminde sport is overigens.

The name is Bond
Dr. No maakte James Bond in de jaren zestig wereldberoemd met die ene Zwitserse schone die plots opdook: De Rolex Submariner (en Ursula Andress). De Submariner is niet ’s werelds allereerste duikhorloge, maar het geldt wel als de blauwdruk waarop bijna alle andere duikhorloges zijn gebaseerd. Al meer dan zestig jaren lang geldt deze Rollie als de de facto standaard van dit type horloges. In 2012 werd de Submariner voor het laatst gereviseerd en Rolex-zeloten zagen dit als heiligschennis. Het betekende echter wel dat de Submariner voor het eerst in zijn bestaan werd uitgerust met een keramische bezel, een beslissing die de wereld nog steeds verdeelt in believers en non-believers.

Als er één horloge nog iconischer is dan de Submariner is het misschien wel de Speedmaster. Deze Omega doorstond als enige horloge in de jaren zestig de rigoureuze testen van NASA om mee naar de maan te vliegen waardoor het tot op heden het enige horloge is in dit universum dat bij buitenactiviteiten mag gebruikt worden bij ruimtemissies. Een Casio G-Shock van vijftig euro is tegenwoordig even robuust, maar spreekt minder tot de verbeelding. Omega laat geen moment onbenut om dit te vieren en is de laatste jaren heel erg begenadigd in het uitbrengen van nieuwe versies. Eén van deze exploten mondde uit in de Dark Side of the Moon wat - met de nodige zin voor overdrijving - omschreven kan worden als één van de mooiste horloges ter wereld. Deze esthetische geneugten zijn toe te schrijven aan de overwegend zwarte kleur van het horloge in combinatie met enkele rode accenten.

Keramische kasten en verwanten
Hoewel deze drie horloges gebruik maken van keramiek doen ze dat elk op hun eigen manier. Pionier Rado toont meteen het goede voorbeeld en tooit bijna het gehele horloge in keramiek. Zowel de kast als armband zijn van keramiek gemaakt. Dit is te merken aan de bling-bling factor want het horloge maakt er geen probleem van om lichtstralen als een spiegel terug te kaatsen. Voor mij overschrijdt het de grens van wansmaak net niet, maar ik kan begrijpen dat sommige afficianado’s zo’n horloge te opvallend vinden. Het voordeel is dan weer dat het een koud kunstje is om de kast en armband te poetsen en een paar poetsbeurten met een vochtig doekje zijn voldoende om dit horloge als nieuw aan te prijzen bij goedgelovige zieltjes.

De cushionvorm van de Rado met afgeplatte zijdes links en rechts en verlengde zijdes boven en onder weet ik wel te appreciëren. Het is een subtiele schoonheid die weinigen zal opvallen. Dat is misschien het grootste verwijt dat je dit model van Rado kan maken: het is erg subtiel, maar ook wel een beetje kleurloos. De overwegend grijze kleur vind je niet alleen terug in het keramiek, maar ook in de wijzerplaat. En hoe subtiel deze schoonheid ook mag zijn, het kan niet ontkend worden dat dit neigt naar saaiheid. Het is dan wel een saaiheid die vergeleken kan worden met voor de tiende keer Euromillions winnen, dus dat valt nog wel mee. De kast is 12 mm dik en beantwoordt daarmee perfect aan de vereiste dimensies van een dress watch (wat het eigenlijk is).

Altijd weer het strevertje…
Omega toont zich dan weer als het strevertje van dit drietal. Aangezien onze vrienden van marketing Omega plaatsen in het segment van prestige and luxury heeft men daar alles uit de kast gehaald (gelieve dit niet letterlijk te nemen) om iets bijzonders te produceren. En dat het iets bijzonders is geworden, mag gezegd worden. Toen de Dark Side of the Moon debuteerde op Baselworld 2013 werd dit meteen één van de ongekroonde koningen van deze beurs omdat het er zo blits uitzag.

De symmetrische vorm van dit horloge bestaat eigenlijk uit vijf delen. De kast vormt het middenrif terwijl je zowel boven- als onderaan respectievelijk een bezel en glas terugvindt. De zwarte kast heeft een matte textuur met een onberispelijke afwerking. Het is moeilijk om de zwarte kast van de DSotM te vergelijken met de grijze kast van de D-Star, maar na een grondige inspectie kom ik tot de conclusie dat de Omega net iets beter werk levert dan Rado, al is dit oordeel van een totale leek. Bij Omega houdt men niet van eenvoudig en men ontwierp daarom een tweede keramiekvorm voor de bezel.

De bezel glanst als de volle maan en is overigens zo hard dat Omega de tachymeter er enkel opkreeg met behulp van lasertechnologie. Boven de bezel bevindt zich het saffier glas dat een halve millimeter hoger is gelegen dan de bezel. De complexe structuur van de DSotM resulteert in een dikte van 16 mm wat (te) groot is. De zwarte kleur maakt het horloge ogenschijnlijk kleiner terwijl de klassieke ronde vorm bijna unaniem wordt bewierookt. Omega trekt het gebruik van keramiek trouwens zo ver door dat ook de drie gemakkelijk te bedienen pushers van keramiek zijn gemaakt. Kijk, dat is nu een teken van toewijding, want zelfs huisgenoot Rado gaat niet zo ver!

Het huwelijk van staal en keramiek
De kast van de Submariner bestaat uit het ouwe, getrouwe roestvrij staal, maar dat wil niet zeggen dat dit per definitie inferieur is aan keramiek. Integendeel, de kwaliteitsnormen bij Rolex liggen zodanig hoog dat het niveau van afwerking moeiteloos meekan met zijn twee Zwitserse collega’s. Het nadeel is echter dat deze matte kast gevoeliger is voor krassen dan de D-Star of DSotM, terwijl juist de Submariner de toolwatch bij uitstek is van dit trio.

De echte ster is echter de draaibare bezel van keramiek. Ik begin mezelf te vervelen wanneer ik zeg dat ook dit er schitterend uitziet (dit mag je wel letterlijk nemen) met alweer een geweldige afwerking. Het leukste element is echter het draaien aan de bezel waar de 120 klikjes een lied van deugdelijkheid lijken te zingen. De Rolex is als enige uitgerust met twee crown guards die de schroefkroon beschermen. Functioneel heeft het amper waarde, maar het ziet er wel leuk uit. Op het bedieningsgemak van de schroefkroon heeft het geen invloed, want dat verloopt als een fluitje van een cent. De enige kritiek die ik op de kast kan uiten, is dat het niet erg vindingrijk is vormgegeven. De lugs lopen rechtdoor en enige vorm van creativiteit is ver te zoeken. Anderzijds is dit de oervorm die sinds 1953 het levenslicht zag en kan ik niet anders dan Rolex bewonderen voor zijn standvastigheid in een wereld die constant beweegt. Net zoals de Rado is de Submariner zo’n 12 mm dik waardoor dit horloge erg gemakkelijk om te dragen is.

Goede, maar oude wijn
Net zoals goede wijn geen krans behoeft, kan hetzelfde gezegd worden over de wijzerplaat van de Submariner. Het is niet gedurfd of vernieuwend, maar wel universeel en verfijnd. Mijn collectie bestaat hoofdzakelijk uit dressers en dan is het altijd leuk om de frivoliteit van deze wijzerplaat te mogen begroeten op mijn pols. De bolletjes, streepjes en het driehoekje die ik indices pleeg te noemen, zijn namelijk een rariteitenkabinet in mijn horlogekist. Deze vorm van karaktermoord onthaal ik steeds op een glimlach als ik het zie. De wijzers en indices bestaan uit witgoud en lichten blauw op als de lume actief is. De zwarte wijzerplaat heeft wel last van weerkaatsend licht. Een euvel dat inherent is aan deze kleur van wijzerplaten. Wat me echter meer stoort – en wat ook eigen is aan Rolex – is de waterval aan tekst boven de index van zes uur. Voor een drugsverslaafde zijn vier lijnen wellicht welkom, maar voor mij mag het ietsje minder zijn. De Submariner weet echter punten goed te maken door de perfect symmetrische wijzerplaat wat een unicum is in mijn collectie. Het gebrek aan datumvenster ervaar ik persoonlijk niet als een ergernis. De wijzerplaat van 40 mm is voor mij de sweet spot en zit mij dan ook als gegoten.

Als je van sunburst houdt, zit je bij de wijzerplaat van de Rado D-Star wel goed, want deze knaap presteert het namelijk om vier verschillende lichtstralen op de wijzerplaat te projecteren: één op de hoofdwijzerplaat en de drie andere op de aanwezige registers. Het is even leuk om met dit licht te spelen, maar deze speelronde blijft niet minutenlang boeien. Als je wil weten waar E.L. James haar inspiratie heeft gehaald voor de titel “Vijftig tinten grijs” is de kans groot dat het bij dit horloge is. Zoals eerder gezegd, domineert de grijze kleur de D-Star, maar dan wel in verschillende tinten (wel geen vijftig). Zo zijn de registers iets donkerder gekleurd dan de hoofdwijzerplaat. Net zoals de film is de wijzerplaat niet om aan te zien aangezien de leesbaarheid beneden alle peil is.

Als je een horloge beoordeelt op de functionaliteit van het aflezen van het uur in een oogwenk, faalt de Rado onverbiddelijk (wanneer er weinig licht is) en dat is toch een ernstige tekortkoming. Ook enige vorm van lume is in geen velden of wegen te bekennen. De D-Star is een chronograaf die wekt met maar liefst zeven wijzers, dus als je de chronograaf gebruikt, krijg je een potpourri van tikkende wijzers te zien wat de chaos volledig maakt. Hier had Rado bij het ontwerp toch beter kunnen nadenken, al is het natuurlijk schatplichtig aan het gebruik van het movement dat het heeft gehaald bij ETA op opdracht van huisbaas Swatch. Door de nadrukkelijke aanwezigheid van de registers is het datumvenster weggemoffeld bij de index van vier uur. Met een beetje meer inspiratie had Rado volgens mij dit probleem gedeeltelijk kunnen oplossen door gebruik te maken van een ander type wijzer of toekennen van kleuren (zoals de rode tip van de chronograafwijzer die de minuten bijhoudt). De diameter van de wijzerplaat is met 42 mm net iets groter dan de Submariner, maar is wel goed gecamoufleerd door de aanwezigheid van de geïntegreerde armband en de cushionvorm van de kast. Ondanks de iets grotere kast, vind ik de Rado persoonlijk niet misstaan op m’n pols.

Twee werelden verenigd
Het compromis tussen de Submariner en D-Star wordt wel gevonden in de wijzerplaat van de DSotM dat het beste van twee werelden belichaamt. Het heeft staafvormige wijzers zoals de Submariner waardoor de leesbaarheid wordt gegarandeerd en is eveneens voorzien van Superluminova. In plaats van drie heeft de Omega twee registers. Eén register voor de seconden en een ander register voor de chronograaf waar zowel de minuten als uren van de chronograaf worden bijgehouden. De secondewijzer van de chronograaf bevindt zich op de hoofdplaat, maar onderscheidt zich met een frappante rode tip. Dit ontwerp geldt als een schoolvoorbeeld van een less is more filosofie dat functionaliteit verzoent met een fraai ontwerp. Er zijn kritische geluiden te horen dat de leesbaarheid van minuten en uren op één register te wensen overlaat, maar volgens mij is het alternatief van twee aparte registers amper of niet beter.

De DSotM grossiert ook niet in tekst en heeft de ideale hoeveelheid tekst. Co-axial chronometer staat er onderaan en daar stopt het. Bovenaan staat het logo aangevuld met het rode Speedmaster logo wat erg prettig oogt op de zwarte wijzerplaat. Bij Omega hebben ze zirconium oxide gebruikt om het keramiek te vervaardigen en daar zijn ze zo trots op dat ze de nomenclatuuraanduiding Zr02 onder de Speedmaster-tekst hebben geplaatst. Het is nauwelijks leesbaar, maar obsessief compulsieve puristen kunnen zich hier aan storen. Het grootste nadeel is echter de weerkaatsing van het licht wat bij deze Speedmaster echt wel opvalt. Ik weet niet of dit te maken heeft door de toepassing van een specifieke anti-reflectieve coating of het gebolde glas, maar het valt extra hard op, nog meer dan bij de Submariner. Je kan bijna bij volle maan naar UFO’s zoeken door het maanlicht te weerkaartsen naar de ijle ruimte. Maar qua volledig pakket is de wijzerplaat van de DSotM een absolute beauty waar ik minutenlang gebiologeerd kan naar kijken. De wijzerplaat heeft een diameter van 44,25 mm en in combinatie met de dikte van 16 mm is de Speedmaster de gigant uit mijn collectie. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het horloge te groot is voor m’n pols aangezien de lugs iets over pols hellen. Wanneer de DSotM echter met de nodige trots op m’n pols paradeert, wordt dit argument echter met de snelheid van het licht verticaal geklasseerd.

Leuren met innovatie
The Independent noemde wijlen George Daniels in 2010 de beste horlogemaker van zijn generatie en die jarenlange expertise in horlogerie culmineerde in de geboorte van het co-axial escapement. Dit wordt één van de grootste ontwikkelingen van het horlogeambacht genoemd aangezien het wrijving van het escapement reduceert en het amper impact heeft van smeermiddelen waardoor het erg duurzaam is (https://www.youtube.com/watch?v=uC-97i-SF3Y). Daniels liep de deur plat bij alle grote horlogemakers om deze innovatie aan de man te brengen en uiteindelijk hapte Omega toe. Andere merken zoals Patek en Rolex zagen echter geen graten in deze verbetering van het escapement en waren tevreden met hun eigen ontwikkelde movements. De vraag is dus of dit een marketingtruc is of dat het daadwerkelijk een verbetering is ten opzichte van traditionele binnenwerkjes. Dit zal allicht een discussie zijn die tot het einde der tijden zal plaatsvinden.

Omega zette zijn eigen legertje van ingenieurs op dit movement en ontwikkelde de co-axial chronometer door tot het 9300 Co-Axial movement wat ongetwijfeld het summuum is van mijn collectie als het aankomt op uurwerken en – bediscusieerbaar – misschien van wel de hele horlogeindustrie. Qua precisie behoort dit binnenwerk ontegensprekelijk tot de top. Het houdt de tijd bij tot op één a twee seconden per dag wat deviaties zijn die behoren tot het absolute minimum, een sentiment dat wordt gedeeld door veel bezitters van dit movement. De gangreserve bedraagt zestig uur, maar een kleine test door mezelf leerde dat hier nog zo’n vijf uur mag bijgeteld worden.

Bij Omega beseft men dat het oog ook wat wil en aan deze cosmetische eisen zijn ze volledig tegemoet tegekomen. Het movement is versierd met spiraalvormige Génève-strepen die door de aanwezige sunburst bijna hypnotiserend werken als je met de rotor draait. De Rasti Rostelli van de binnenwerken laat zijn presence wel merken, want bij een stevige draai kan je de rotor heel minimaal voelen en horen. In mijn belevingswereld lijkt dit eerder een bevestiging te zijn dat ik hier met stevig en kwalitatief vakmateriaal te maken heb. Eén van de vernieuwingen in dit co-axial movement is de toevoeging van een silicium hairspring waardoor het beter bestand is tegen magnetisme. Iphones en Macbooks zijn dus voortaan welkom in het habitat van de DSotM. In het doorkijkglas zie je de 51 rode robijntjens en worden de onderdelen in mooie rode letters benoemd. Dit minifabriekje produceert een secondewijzertje dat als een machinegeweer tikjes afvuurt, maar dan mag je het wel omschrijven als friendly fire. Mocht het niet duidelijk zijn: ik ben razend enthousiast over dit movement. Als ik dan toch een minpuntje moet opnoemen, is dat de datum enkel verstelbaar is per uur. Wanneer je het horloge maar één keer per week aandoet (zoals ik) ben je eventjes bezig om de datum terug juist in te stellen aangezien je dit per uur doet.

Exhibionisme niet toegelaten
Bij Rolex is men niet gesteld op pottenkijkers en de enige keer wanneer je het movement te zien krijgt, is wanneer je langs gaat bij een erkende dealer van Rolex als die een gratis peepshow geeft bij een servicebeurt. Voor de meeste bewonderaars van uurwerken is dit een regelrechte geseling, maar het heeft – verrassend genoeg – ook een voordeel. De kast van Rolex is zo potdicht dat er geen geluid doorkomt. Ook bij het schudden van de Submariner voel je geen rotorbeweging. Als men me had verteld dat dit een quartzhorloge was, had ik het zo geloofd. De motor van de Submariner is het 3130-kaliber dat in 2001 boven de doopvont werd gehouden en zijn weg heeft gevonden naar meerdere modellen van Rolex.

Dit binnenwerk is het werkpaard uit de Rolex-stal, maar het heeft nog altijd meer weg van een Lipizzaner dan een Belgisch trekpaard. Het behoudt zich tot de essentie met 31 juwelen, maar door de jarenlange expertise van Rolex is dit uurwerk wel uitgegroeid tot één van de meest betrouwbare driewijzerige movements ter wereld. Ik krijg het bijna niet over m’n lippen, maar het lijkt erop dat wanneer het horloge gedragen wordt het Rolex 3130-movement een fractie van een seconde accurater is dan het Omega 9300 Co-Axial movement. In ongedragen toestand worden de rollen echter omgedraaid. Beide movements tikken acht keer per seconde, maar de Rolex gelooft meer in sereniteit qua audio en het getik van de secondewijzer galmt haast geruisloos door de Submariner. De gangreserve behoort tot het industriegemiddelde met zo’n 42 uur.

Huisbaas dicteert
De Rado D-Star kocht ik wanneer ik me nog niet interesseerde in de wondere wereld van horloges en toen was mijn voornaamste bekommernis functionaliteit. De keuze voor quartz was snel gemaakt aangezien dit accurater is en niet opnieuw ingesteld dient te worden wanneer de gangreserve leeg is zoals bij automatische collega’s. Mocht ik opnieuw voor deze keuze staan, opteer ik nu ongetwijfeld voor de automaat. Dit wil echter niet zeggen dat ik spijt heb van m’n keuze want een quartzhorloge heeft andere merites dan een automaat. Swatch-hofleverancier ETA voorziet verschillende merken van quartz-uurwerkjes en voor de D-Star is dat het L54-movement wat ook terug te vinden is bij de Longines HydroConquest, maar ook goedkopere horloges zoals Certina DS Podium. Een quartz-movement kan echter bezwaarlijk als een luxe-embleem worden beschouwd waardoor dit eigenlijk een non-argument is.

Bij het overgaan van het zomeruur naar het winteruur eind oktober vorig jaar heb ik de D-Star opnieuw ingesteld en na ruim drie maanden loopt het achttien seconden achter. Voor een quartzhorloge is dit geen wereldprestatie, maar een verlies van gemiddeld zes seconden per maand is zeker respectabel te noemen. Ter vergelijking: bij mijn ander quartzhorloge (een goedkoop Chinees horloge) spreek ik in de grootorde van minuten in plaats van seconden. De robuustheid van dit horloge verheft dit horloge tot mijn ultieme reiscompagnon. ETA heeft aan deze wereldreizigers gedacht en heeft een functionaliteit die in staat stelt om de uurwijzer onmiddellijk met een uur te verplaatsen. In tegensteling tot de DSotM is het hier echter wel mogelijk om de datum per dag te wijzigen en moet je dit dus niet doen per uur.

Vreemde Porsche
Bij het armbandje van de DSotM begint mijn lofzang voor dit horloge zich met een valse noot want dit nylon armbandje is toch wel een vreemde keuze voor zo’n duur luxehorloge. Wanneer ik de Speedmaster met de nodige trots presenteer aan vrienden zijn ze onder de indruk van de pracht en presence van dit horloge, maar het bandje krijgt steevast een opmerking mee. Naar hun mening heeft het bandje een zweem van goedkoopheid, al willen ze het niet met zoveel woorden zeggen. Het heeft iets absurds zoals een Porsche 911 die klaar staat om te racen, maar wel startklaar staat op anonieme 14 duims fabriekvelgjes. Een studieronde van het bandje neemt deze twijfes echter weg want het voelt en ziet er erg solide uit.

Het bandje is gedeeltelijk met leer opgevuld waardoor het bij beide uiteindes aan de lugs wat robuuster en betrouwbaarder aanvoelt. De gaatjes zijn goed geplaatst en hebben een aparte zone gekregen die gemaakt is van een rubberachtige stof waardoor het vastgespen moeiteloos gebeurt en quasi geen sporen nalaat zoals je dat bij lederen polsbandjes wel ziet. De prettige kleurencombinatie van zwart en rood wordt hier gecontinueerd met de rode stiksels op de overwegend zwarte band. De keramiekfetisj van Omega vertaalt zich in een gesp van dit materiaal. Kostenplaatje: ruim tweehonderd euro… Het nylon bandje draagt prettig en maakt van de DSotM een lichtgewicht ondanks zijn grote afmetingen. Het is kwalitatief top, maar verraadt zijn materiële oorsprong omdat er toch één of twee naden gestadig loskomen wat perfect normaal is. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een stalen armband, maar ontneem deze Speedmaster z’n bandje en de onweerstaanbare charme van dit horloge verdwijnt als sneeuw voor de zon. De zwarte kleur is de levensader van dit horloge en dit verbreken is een regelrechte misdaad tegen de mensheid en horlogewereld.

Valse en echte duikers
De goedkoopste gabber van het trio gebruikt vreemd genoeg het meeste keramiek. Zoals eerder gezegd, bestaat de armband van de Rado D-Star ook uit keramiek. De officiële benaming van het horloge is Rado D-Star Chronograph Grey Dial Two-Tone Ceramic wat alludeert op de twee tinten grijs van de armband. De center links zijn matter van kleur dan de randen waardoor je een tweekleurig patroon krijgt. De eerder vermelde bling-bling factor staat in de schijnwerpers door de enorme weerkaatsing van lichtfotonen. De armband is geïntegreerd met de cushionvorm van de kast wat de klassieke, maar eveneens alternatieve vorm van dit horloge onderstreept. De breedte van de armband is overal 24 mm en is daardoor misschien wel het horloge met het meeste draagcomfort uit mijn collectie. Er is ook een divers extension maar die wordt enkel gebruikt door duikers die in Google Calendar een afspraak hebben gepland met Sint-Pieter aan de hemelpoort.

Duikers die op zoek zijn naar een beter alternatief vinden dat in de Submariner dat bewapend is met het Glidelock-systeem. Dit systeem laat toe om erg nauwkeurige wijzigingen in de lengte van de armband aan te brengen door het bandje los te maken van het Glidelock-systeem (dat fungeert als een enorme gesp) en terug vast te klikken. De eerste keer was dit voor mij een calvarietocht door Rolex-land, maar nu ik weet hoe het werkt, vind ik het onmisbaar. Afhankelijk of het warmer of kouder weer is, kan je in enkele oogwenken de lengte van de band aanpassen.

Niet krasvrij op de Vickers-schaal
Rolex onderscheidt zich van de concurrentie door standaard gebruik te maken van 904L roestvrij staal voor de kast en armband wat 25% harder is op de Vickers-schaal dan 316L staal wat de industriestandaard is voor bijna alle horloges. Hierdoor is de Rolex beter bestand tegen krassen en kan het beter tegen zout water dan meeste andere duikhorloges. Die 25% klinkt spectaculairder dan het is, getuige de enorme kras op de buitenkant van het Glidelock-systeem. De oyster-armband is wel modieuzer dan die van Rado aangezien de bandvorm van lug tot midden spectaculair vermindert.

Gelukkig verkoopt Rolex vooral herenhorloges want dames roepen een jihad uit over het Glidelock-systeem. De keurig gemanicuurde vingernageltjes zouden namelijk onherroepelijke schade oplopen wanneer ze het klepje van de sluiting met het oyster-symbool moeten openen. Het openen gebeurt namelijk in twee bewegingen: dus eerst het klepje openen en vervolgens het Glidelock-systeem openklikken. Dit verhoogt de effectiviteit van het sluiten van de armband, maar ik kan me inbeelden dat het gepriel met het oyster-symbool spontane haatreacties oproept bij Rolex-maagden.

Prijs en waarde
Keramiek is de gemeenschappelijke factor van deze drie horloges, maar qua prijscategorie zijn de Rolex en Omega enerzijds en Rado anderzijds totaal geen concurrenten van elkaar. Rado heeft de D-Star lijn verwezen naar de eeuwige jachtvelden en is dus niet langer verkrijgbaar. Ik betaalde de retailprijs van 2350 euro, maar met Trumpiaanse onderhandelingstechnieken zou het ongetwijfeld gelukt zijn om daar enkele tientalen tot honderden euro’s af te doen. Rado beschikt niet over de naambekendheid van Rolex of Omega en de doorverkoopwaarde verdient het adjectief ‘verschrikkelijk’ met verve. Ik denk als ik horloge nu te koop zou aanbieden ik van geluk mag spreken als ik vijfhonderd euro krijg. Maar horloges koop je niet met verstand, maar met emotie en de Rado beschikt over een zekere je-ne-sais-quoi factor waardoor dit een blijvertje is in mijn collectie.

De Submariner is de volledige tegenpool van de D-Star en staat in de annalen geboekstaafd als één van ’s werelds meest waardevaste horloges. De vraag naar Submariners is zo overweldigend dat de doorverkoopwaarde vrij dicht aanleunt bij de aankoopwaarde. De retailprijs van 6900 euro is niet min en de vraag is hoeveel waar je hier voor je geld krijgt. Een concurrent uit eigen huis zoals Tudor is misschien iets minder kwalitatiever afgewerkt, maar kost ook een flinke duit minder. Ik heb echter een jonge tweedehandsversie van deze Rolex gekocht voor 5900 euro met een grote nadruk op waardevastheid. Het is een soort van verstandshuwelijk waar de liefde in eerste instantie door de geldbeugel wordt geconsumeerd. Een snelle zoektocht op www.watchrecon.com maakt duidelijk dat dit een normale prijs is voor een exemplaar van een half jaar oud.

De Omega is de duurste van het triumviraat met een ontzagwekkende retailprijs van 9800 euro. Dat is dus bijna een bedrag van vier cijfers voor een Speedmaster en is zelfs bijna 3000 euro minder dan de Submariner die al vrij duur is. Deze fikse prijs is te verklaren door de beperkte oplage van de DSotM en het complexe proces voor het produceren van deze horloges. Als er een reden is waarom keramiek tot op heden over het algemeen beperkt blijft tot luxehorloges is omdat het productieproces grillig is. Voeg daar de beperkte oplage aan toe en je hebt een prijskaartje waarmee je een kleine auto koopt. Anderzijds betaal je een premium voor de beschikbaarheid van dit horloge. Twee jaar geleden deden er nog verhalen de ronde dat wachttijden voor deze Speedmaster opliepen tot een jaar. Ik vermoed dat anno 2017 dit niet meer het geval is. De DSotM devalueert een stukje meer dan de Submariner, al blijft het binnen de perken. Ik betaalde enkele maanden geleden 6000 euro voor een exemplaar van anderhalf jaar oud wat ruim onder de meest gangbare prijzen zijn op www.watchrecon.com

25 likes

Zwitserse vakantie
Een opsomming van type wijzers, diameter van de wijzerplaat en functionaliteiten doet het verzamelen en dragen van een horloge onrecht aan. Uiteindelijk is dit een belevenis die op emoties stoelt in plaats van nuchtere feiten. Zo kan het dus dat een duur horloge tegenvalt, terwijl je eindeloos kan genieten van een Poljot. Elk horloge in dit verslag heeft zijn merites, maar kampt eveneens met minpunten. Wat ik echter wel doe, is genieten van elk moment wanneer ik één van deze drie horloges draag.

De Rado draag ik het minst, maar reserveer ik vooral voor vakantieperiodes als ik op reis ga. Deze trouwe metgezel beschikt over alle kwaliteiten van een goede tijdgenoot: door het quartz uurwerk moet ik de tijd nooit opnieuw instellen, het draagt erg comfortabel, de kast en armband zijn van keramiek waardoor het erg robuust is, het ingetogen karakter van de D-Star laat toe om het horloge zowel casual als chique te dragen en het gaat argeloos in de massa op waardoor ongewenste interesse tot een minimum wordt beperkt. Dat het tegen een stootje kan, werd uit empirisch onderzoek bewezen toen de kast onzacht in aanraking kwam met een stenen muur tijdens mijn verblijf in Normandië vorige zomer. Sporen van deze clash der hardheden zijn niet te vinden op de D-Star. Dit is een kwaliteitsattest van de robuustheid van dit horloge en daarom mijn geliefkoosde vakantiegezel.

De derde hoofdzonde
De aanschaf van de Submariner vloeide voort uit een wens om een fatsoenlijk duikhorloge te hebben en wat is er dan beter dan de stamvader van dit genus in de horlogewereld? De aankoop is er één waar verstand primeert over hart aangezien ik in de eerste plaats heb gekeken naar doorverkoopwaarde. Het is normaal gezien een criterium waar ik totaal geen rekening mee houd, maar bij de Submariner was dit het voornaamste argument om deze Rolex te kopen. De kans is dus reëel dat ik het horloge ooit doorverkoop, maar wanneer dat is, weet enkel Vadertje Tijd. Dit wil overigens niet zeggen dat dit een liefdeloze verbintenis is. Integendeel, de Submariner is na de Grand Seiko SBGR083 mijn meest gedragen horloge dit jaar tot dusver. Het is de enige parvenu op mijn feestje van overwegend dressers en maakt het daarom alleen al bijzonder. Het is een kwalitatief horloge met een groot draagcomfort en fraaie wijzerplaat, maar ontbeert helaas een zekere wauw-factor. Bij de Snowflake (Grand Seiko SBGA011) of Speedmaster kan één aanblik voldoende zijn om me te laten glimlachen. Bij de Submariner is het eerder een instemmende knik van ‘goed gedaan’ zoals je dat bij een zakelijke transactie doet.

Mijn eerste grote liefde was de Snowflake, maar de DSotM roept het gevoel van lust op wanneer je (op horlogegebied) vreemd gaat. Net zoals Rivella Light is het een beetje vreemd, maar wel lekker. De betoverende wijzerplaat is ongetwijfeld de grootste factor die de derde hoofdzonde oproept. Ja, het horloge is door zijn afmetingen eigenlijk te groot, maar dit wordt onmiddellijk vergeven wanneer de pols sensueel in aanraking komt met dit kunstwerkje der techniek. Telkens je het uur afleest, voer je een virtueel museumbezoek naar het topwerk van het lokale designmuseum. Zeker als je het ongeëvenaarde 9300 Co-Axial movement in zijn volle glorie ziet werken als een bezetene. De kleurencombinatie van zwart en rode tonen is eenvoudig, maar efficiënt. De zwarte keramiek is ook voor onmenselijke figuren een attractiepool want de zwarte kast wordt snel vervuild met minuscule stofdeeltjes. Vooral bij lastige plaatsen zoals tussen de lugs en bandaanzet kan dit soms voor wrevel zorgen voor een horloge dat niets anders dan perfectie verdient. Maar zelfs in een minder dan perfecte staat moet iedere horlogeliefhebber dit exemplaar eens gedragen hebben. Het staat namelijk symbool voor de emotionaliteit dat een lustgevoel opwakkert zonder enig gevoel van rede. Leuk, maar ook gevaarlijk, net zoals de derde hoofdzonde.

35 likes

Heel leuk om te lezen :ok_hand:t3:

Erg lange tekst… Ik dacht met 4-5 alinea’s wel klaar te zijn… Tering. Maar goed, ik zou voor de Sub gaan. Behalve als t een SMP was, die is legen… Wait for it… Dary!!

Zo wat een lap tekst! Maar wel een goed verhaal en een mooie vergelijking. Dank voor het delen!

Leuke lap tekst om te lezen, bedankt voor het delen :thumbsup:

Mooi beschreven en zeer interessant om te lezen.:+1:

Topstuk, thnx.

Ik heb dit topic onder mijn favorieten geparkeerd en ga hem lezen op een regenachtige vrije dag :smile::+1:

1 like

vanavond om 20.00 uur begonnen met lezen…

2 likes

Klaar ? Of moet je nog even ? :smile:

nou ik denk nog een uurtje tot 02.00 uur :slight_smile:

1 like

Mooi stuk, leuk geschreven!
DSOTM staat hier op de verlanglijst, alleen twijfel ik over de maat. De band vind ik daarentegen wel heel fraai juist.

Tnx! Erik

:joy:

Wat een lap tekst maar het was wel prettig leesbaar en inhoudelijk top. :+1::+1::+1:

Kijk, gewoon een artikel zoals het heurt. De ruminaties over de horloges zijn leuk, je kunt er over discussiëren en het is niet insubstantieel.

Inderdaad, want 316L staal, en dus ook Rolex staal zijn zo zacht als een pakje boter. Ik zou het m’n messen niet aan willen doen. Dat er geen VG10 gebruikt wordt is logisch omdat de Carbon content wel hardheid geeft, maar ook corrosie mogelijk maakt. IJsgehard X50CrMoV15 zou een dingetje zijn, ik verdenk Damasko er wel eens van dat ze dat doen, maar ook Cronodur 30 zou een optie kunnen zijn die redelijk hard te krijgen zou moeten zijn met toch een lage carbon content.

Dat zit hem dan ook allicht niet in de wijzers, diameter van de wijzerplaat en functionaliteiten, maar voor mij heel erg in de afmetingen van de kast, het materiaal van de band en voorwaar de dikte van de sluiting.

Comfort is een groot goed, en ik merk voor mezelf dat horloges die te hoog, te lang of te zwaar zijn al gauw gediskwalificeerd worden van enige polstijd. Hoe meer ik me met horloges bezig houd, hoe meer comfort een factor is waar ik op let. Dunheid is dus ook ondergewaardeerd, en in ultimo de reden dat de meeste duikers op termijn niet fijn dragen.

Dat ligt ook met name aan iemands pols denk ik?! Ik draag veelal horloges tussen de 42 en 45mm en dat draagt bij mij zeer comfortabel.

Nja, het zwaartepunt is nog een ding. Een dik horloge waar toch wel wat gewicht in de top zit kan op papier mooie verhoudingen hebben voor je pols, maar uiteindelijk bloedirritant rondklotsen tenzij je 'm zo vast snoert dat je vingers geen bloed meer krijgen.

Ik draag namelijk dezelfde kast als de darkside of the Moon (44,25mm). En bij mij zit hij als gegoten. Ik ben ervan overtuigd dat dit te maken heeft met ieders pols en daarnaast idd de eigenschappen per horloge. Heb ook weleens een 42mm gehad die idd topzwaar was. Niet fijn.

Vermakelijk verhaal, goed leesbaar en juiste dosis humor. Voor een geïnteresseerde leek ook leerzaam.
De hardheid van keramiek is bekend, maar wolfram carbide a.k.a Widia (Wie Diamant) is volgens mij nog harder. Tegelijk ook brozer, dus met een flinke val heb je dan misschien geen kras, maar mogelijk wel breuk. Misschien de reden dat het bij deze modellen niet is gebruikt.