Sinds ik al een tijdje bezig ben om mijn collectie horloges te inventariseren, te ordenen en te documenteren viel het me steeds meer op dat een aardig aantal van mijn horloges valt onder de categorie ‘onderkant van de markt’. Dan bedoel ik daarmee met name de in de loop der jaren ontstane verzameling penanker horloges. Door veel horloge aficionados verguisd en beschimpt als een minderwaardig, primitief en onbetrouwbaar horlogeras. Naar mijn mening zijn ze echter ondergewaardeerd, want ze vertegenwoordigen een essentieel stukje horloge technologie in de geschiedenis en ontwikkeling van de horlogerie. In elk geval worden ze door mij beschouwd als beslist verzamelwaardig en ik zie dit soort horloges dus liever als ‘eenvoudig’ dan als ‘primitief’.
Ik ga geen uitgebreid college geven over de technische aspecten van het penanker systeem. Hieronder alleen twee schemaatjes:
Schematische voorstelling van (links) de penankergang en rechts de Zwitserse ankergang (van Klokjesluider.nl)
Verdere technische details geef ik hier niet, het gaat me er hier vooral om te laten zien hoe leuk en mooi die luidruchtig tikkende oude goedkope horloges kunnen zijn en wat voor verzamelplezier er aan te beleven is.
In dit artikel vind je daarom, behalve een flinke lap tekst (maar dat zijn de HF lezers inmiddels van mij gewend) vooral veel plaatjes.
(Alle foto’s in dit topic zijn door mijzelf gemaakt, behalve daar waar het vermeld wordt dat ze van het internet afkomstig zijn)
Klik op de link hieronder als je wilt weten wat het principe is van de werking van de penankergang en wat het verschil is met de veel meer gebruikte zgn. Zwitserse ankergang.
Nog wat meer geschiedenis over dit type horloges, ook wel het Roskopf horloge genoemd, vind je hier:
Een aantal van mijn penankertjes.
Omdat er veel penanker horloges gemaakt zijn door kleine, vaak onbekend gebleven producenten is er over die merken meestal niet zo veel terug te vinden als het gaat om de geschiedenis van deze fabrikanten. Ik beperk mij daarom tot het noemen van het merk en soms de productie locatie m.b.v. schermafbeeldingen uit de Mikrolisk database. Soms vermeld ik iets over de in het horloge gebruikte uurwerk, soms met als illustratie (als ‘citaat’) een van de ‘Pink Pages’ van wijlen Dr. Roland Ranfft.
Sommige merken komen in mijn artikel helemaal niet aan bod. Deels, omdat er van zo’n merk niets in mijn verzameling zit, deels omdat er zóveel zijn dat je ze niet allemaal kunt noemen en deels omdat ik een persoonlijke voorkeur heb voor de kleine grotendeels onbekende merken. Enkele wat meer bekende merken van fabrikanten die voornamelijk penanker horloges maakten noem ik hier dan nog wel even, maar daar wordt verderop niet meer over gesproken.
Zo zijn daar: Het Amerikaans-Britse Timex, met het Franse zustermerk Kelton, het eveneens van oorsprong Amerkaanse Ingersoll (de feitelijke voorganger van het merk Timex) en het Zwitserse Oris, dat tegenwoordig horloges maakt van hoge kwaliteit, maar zich o.a. door de gecompliceerde Zwitserse wetgeving m.b.t de kartels in de horlogeindustrie tot in de jaren 70 moest beperken tot het maken van penanker horloges. Er zijn nog veel meer fabrikanten en concerns die penanker uurwerken maakten, met name in Zwitserland, maar over met name de merken die ik hier nu noem is uit vele bronnen op het Grote Web veel en genoeg informatie te vinden, Ik laat een verdere beschrijving daarvan daarom in dit artikel achterwege.
Een paar kleine plaatjes van respectievelijk een Timex, een Kelton, een Ingersoll en een Oris (van het Internet, behalve de Oris, die is uit mijn eigen collectie).
Ik beperk mij vervolgens ook nog eens tot de simpelste kastconstructie binnen de categorie penanker horloges, namelijk die uitvoeringen die ook wel ‘schoenpoetsdoosjes’ genoemd worden: Een bovenkant met het glaasje er in en een onderkant als een soort bakje, waar dan het uurwerk met de wijzerplaat en het opwind asje in ligt. Onder- en bovenkant zitten dan eenvoudig op elkaar geklemd met het binnenwerk er tussen. Ook het gebruikte kastmateriaal is typerend voor dit soort horloges. In het beste geval een bovenkant van vernikkeld of verchroomd messing, met soms zelfs een laagje verguldsel oftewel ‘goldplating’. In een aantal gevallen gebruikte men nog goedkoper materiaal als ‘base metal’ voor de kastjes, namelijk gegoten (‘die cast’) aluminium of zelfs het kwalitatief nog mindere ‘zamak’, ook wel potmetaal genoemd, een legering van zink, aluminium, magnesium en koper. Bij de oudste en goedkoopst geproduceerde horloges waren ook de bodembakjes van respectievelijk messing, aluminium of zamak, later werd ook wel al roestvrij staal toegepast voor de bodem.
Hierboven een voorbeeld van een zo genoemd ‘schoenpoetsdoosje’. Het horloge is een INVENTIC uit ca. 1940, uit de stal van de Fabrique d’Horlogerie Ed Kummer SA, het latere Ebauches Bettlach SA. Onder- en bovenzijde van de kast zijn van messing.
Schoenpoetsblikjes. Foto’s van het internet / Pinterest
Ik neem aan dat drie afbeeldingen hierboven duidelijk maken wat ik bedoel met een schoenpoetsdoosje.
Ik ga verder met wat foto’s van twee mooi bewaard gebleven exemplaren van een volkomen vergeten merk: FORMO. Swiss made, ca. 1955 en nog volledig functioneel. Dat laatste geldt overigens ook voor al de volgende horloges die ik hier laat zien.
Bij beide Formo horloges is het bovendeel van de kast gemaakt van verchroomd messing, het ‘bakje’ is bij de bovenste ook van verchroomd messing. Bij de Formo hieronder is het onderste deel bij wijze van uitzondering van staal.
Een ander apart kenmerk van penanker horloges met deze kastconstructie is dat de wijzerplaat niet, zoals gebruikelijk, met twee kleine pootjes in de platine van het uurwerk wordt vastgezet, maar gewoon, dwars door de rand van de wijzerplaat met twee schroefjes. Op de linker foto van de ‘blote’ wijzerplaat direct hieronder is dit goed te zien.
Het hedendaagse simpele horloge is te koop voor een paar tientjes bij de supermarkt. Bedoeld voor de willekeurige ‘gewone’ man of vrouw, die geen speciale belangstelling heeft voor sjieke merkhorloges, maar gewoon een horloge wil dragen dat netjes de tijd aan geeft en verder geen gezeur. Die dingen komen te kust en te keur uit de Volksrepubliek China en behalve een relatief handjevol horlogeliefhebbers of een liefhebber die wat meer over heeft voor een mooi sieraad van een goed merk of een echt degelijk product lopen toch velen met zo’n goedkoop ding aan de pols. Die Chinese dingen zijn niet allemaal heel lelijk, maar vaak zijn -zeker de herenhorloges- net iets te groot en te blingbling. Het kastje lijkt wel van staal, maar is meestal van hard verchroomd potmetaal, er zitten meestal zeer simpele kwarts uurwerkjes in, maar soms zelfs een heuse mechanische automaat. De uurwerkjes zijn meestal mega massaproducten van middelmatige kwaliteit. Desondanks gaan ze vaak jaren mee, in ieder geval is de levensduur -althans bij een kwarts horloge- minstens net zo groot als dat van het eveneens goedkope batterijtje wat er in zit en ik heb al een flink aantal jaren een paar goedkope Chinese horloges, die het nog steeds uitstekend doen, uiteraard met af en toe een nieuw batterijtje. Het kwaliteitsverschil – in afwerking, constructie en materiaalgebruik met een bijvoorbeeld Zwitsers of Duits horloge is echter significant.
Als voorbeeld hier zo’n Chinees ‘weggooi’ horloge van Ali Express, dat ik een keer heb aangeschaft in een verveelde bui omdat ik gewoon wel eens wilde weten wat je dan kreeg voor een paar tientjes.
Deze ‘Longlux’ kostte bij ‘Ome Alie’ nog geen 20 euro inclusief verzending. Zo op de foto lijkt het nog wel wat…. Maar aan de pols… te groot, te chroom en te grof. Vergelijkbare kwarts modelletjes zijn al te koop voor onder de tien euro.
Voor veel mensen kan het trouwens ook helemaal zonder horloge, want op je mobieltje kun je ook zien hoe laat het is.
In zo’n weggooi horloge zit een kwarts uurwerkje met een batterijtje, dus je hoeft het niet op te winden en hij loopt altijd op tijd, vaak zelfs nauwkeuriger dan een vele tientallen malen duurder mechanisch Zwitsers exemplaar. Als je Chinese kwarts klokkie het niet meer doet dan belandt ie in een laatje of de kliko of je geeft hem aan je kleine neefje om mee te spelen en koop je weer een nieuwe. Als je iets meer gevoel hebt voor duurzaamheid laat je er bij de plaatselijke juwelier of horlogewinkel misschien nog een keertje voor 5 euro een nieuw batterijtje inzetten.
Natuurlijk zijn er voor wat meer geld ook mooi ontworpen en goed afgewerkte kwarts horloges van veel hogere kwaliteit te vinden - gelukkig wel – maar die vallen even buiten het bestek van dit betoog.
Ik was afgedwaald, excuus. Terug on topic naar de penankers en de jaren 50.
Als het om simpele, goedkope horloges gaat is zo’n Ome Ali horloge best wel eens aardig, maar ik geef dan toch de voorkeur aan het af en toe dragen van een van mijn gebutste aftandse penankerhorloges uit het midden van de vorige eeuw. Ik ben zelf ook van de vorige eeuw, zelfs geboren net vóór het begin van de jaren 50, dus dat schept een (horloge)band.
Als je je vroeger – 65 à 75 jaar geleden – een simpel horloge voor niet al te veel geld kon veroorloven zat daar dus vaak een penanker uurwerk in. Zoals bijvoorbeeld deze Dator. Swiss made, met een duidelijk hoorbaar tikkend Baumgartner 670 uurwerk. Het kastje is ook hier, zowel onder- als bovenzijde, gemaakt van verchroomd messing.
De vaste verbinding tussen de lugs is kenmerkend voor veel van dit type horloges. Horlogebandjes zoals die tegenwoordig gebruikelijk zijn, die bevestigd worden m.b.v. verende pennetjes, zgn. ‘springbars’ zijn dus niet bruikbaar. Er moet ofwel een tweedelig ‘open end’ bandje gemonteerd worden, ofwel een doorlopend riempje, wat achter het kastje langs door de beugeltjes getrokken wordt. De in de latere jaren 50 snel populair wordende gevlochten nylon perlon bandjes waren dan ook een uitkomst.
Zo’n 75 jaar geleden, in de periode dat ik ter wereld kwam, was een horloge geen simpel gebruiksvoorwerp dat je zo maar even aanschafte samen met een halfje wit en twee kilo aardappelen. Het hebben en dragen van een polshorloge was toen nog voor veel mensen een grote luxe, zeker in de jaren 50 toen Nederland nog herstellend was van het leed en de schade van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting. Dure, duurzame, luxe en meestal dus ook kostbare horloges waren er toen ook al wel, maar slechts beschikbaar voor de weinigen die toen al weer of toen nog zó in goeden doen waren dat ze zich een prijzig merkhorloge konden veroorloven. Een Rolex Oyster kostte destijds, zeg eens in 1955, het geweldige bedrag van ca. 300 Hollandse Guldens. Een half tot vol maandloon voor de gemiddeld goed verdienende werknemer in de middenklasse. Nota bene: voor zo’n zelfde -nu vintage- Rolex Oyster in goede staat moet de liefhebber momenteel zo’n 5- tot 10 duizend harde Euro’s van zijn of haar bankrekening plukken. Voorzichtig gezegd: Bij mij gaan er wel eens maanden voorbij dat ik dat niet zomaar in mijn portemonneetje heb zitten.
Het kon gelukkig ook een stuk eenvoudiger en menig eerste horloge dat een trotse 18 jarige scholier kreeg als hij geslaagd was voor zijn eindexamen was een ratelend schoenpoetsdoosje.
Zoals bijvoorbeeld deze Growa van Zwitsers fabricaat met een military style wijzerplaat en aangedreven door een in dit geval Lapanousse/Rego 143 uurwerk. Een zoals men dat toen zou zeggen ‘mieters mooi horloge’, wat je dan aan de pols bond met een modern ‘perlon’ bandje, vervaardigd van het toen net uitgevonden nylon kunstvezel, of als je dat mooier vond met een leren bandje dat aan de vaste lugsverbinding werd bevestigd door de einden van het bandje om te vouwen en dat met een soort blikken stripje vast te maken. Primitief, maar bruikbaar.
Er waren in de jaren 50 heel veel van dit soort eenvoudige en goedkope horloges te koop. Vrijwel altijd met een penanker uurwerk, meestal zelfs geheel zonder lagersteentjes. De asjes van de tandwieltjes en de balans draaiden rechtstreeks in een gaatje in de platine. Mits op de juiste manier geolied werkte dat overigens prima, zelfs de levensduur was best redelijk, ze waren alleen (meestal) beduidend onnauwkeuriger in de weergave van de juiste tijd. Maar ach, wat maakte een paar minuten verschil uit? Als je hem ‘s morgens opwond en je zette hem alvast een paar minuutjes vóór, was je toch op tijd bij je baas.
Deze klokjes konden in grote getale tegen veel lagere productie kosten geproduceerd worden dan de meer gecompliceerde met duurdere materialen en onderdelen uitgevoerde Zwitserse ankergang horloges, die vaak ook zelfs in het merk of modelnaam ‘Anker’ of ‘Ancre’ werden genoemd. De productie van penankers of ‘Methode Roskopf’ horloges vond vaak plaats bij de vele, met name wat kleinere horloge- en uurwerkproducenten in Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Als bepaald géén kleine producent vermeld ik hier het ‘Volks Eigene Betrieb’ VEB Ruhla in de destijds Oost-Duitse communistische Deutsche Democratische Republik (DDR). Bij Ruhla - het voormalige vooroorlogse Thiel - zijn in de periode van 1945 tot ver in de jaren ’70 miljoenen penankerhorloges geproduceerd. Die werden door heel Europa geëxporteerd en verkocht. Behalve het merk Ruhla voerde de VEB Ruhla ook nog tientallen andere merknamen waarbij men er niet voor schuwde om af en toe ook gevestigde en geregistreerde Zwitserse merknamen te gebruiken. Die Ruhla submerken waren wel bijna allemaal uitgerust met een paar varianten van het zelfde nogal blikkerig ogende uurwerkje: de UMF 24.
Een van de Ranfft Pink Pages met de specificaties van de UMF 24 familie. Op de foto hieronder: Een ongesigneerde UMF 24. Gestanste blikken onderdelen en geen lagersteentje te bekennen.
Er bestaan héél, véél Ruhla’s, in zeer veel verschillende ontwerpvarianten, onder tientallen verschillende merknamen. Bijna allemaal met dat blikken UMF 24 kalibertje er in. Horlogevriend @Scudo heeft zich min of meer gespecialiseerd in die Ruhla’s en laat daarvan ook regelmatig prachtig bewaard gebleven vintage exemplaren zien hier op het Forum. Kijk bij zijn postings en geniet!
Ik heb zelf slechts enkele van die Ruhla penankers in mijn collectie. Ik verzamel ze niet echt, maar af en toe komt er eens eentje langs en soms mogen ze in de kast bij de andere -Zwitserse- penankers blijven wonen. Ik laat er hier een paar zien:
Van links naar rechts: Een Ruhla ‘Ceite’, twee kleine Ruhla (28 mm) boys watches, het Ruhla ‘Ancre’ horloge van mijn grootvader en geheel rechts een iets modernere Ruhla Audix uit de late jaren 70.
Hieronder zie je dan nog een heel bijzonder paar; de linker is een re-issue van het véél oudere model aan de rechterzijde. Links een Ruhla met het obligate UMF 24 kaliber, uit de jaren 70 maar in vrijwel nieuwstaat en rechts het originele voorbeeld, een Thiele ‘Darling’ uit 1915, gedocumenteerd als het eerste in massa geproduceerde polshorloge ter wereld. Uitgerust met een buitengewoon eenvoudig, zeg maar primitief cylindergang uurwerkje. Het ding loopt nog steeds, maar wel 5 kwartier in een uur… en ach, dat laat ik dan maar zo. Je moet niet overal aan willen sleutelen.
Samengevat: Voor ca. een half weekloon, d.w.z. zo’n gulden of 30 had ‘Jan met de Pet’ in 1955 al een aardig horloge aan de pols. Heel vaak een Swiss made exemplaar van een van de zeer vele, inmiddels verloren gegane merken, vergeten en ongedocumenteerd. De meeste van die merken zijn ten onder gegaan in de beruchte Quartz Crisis, de instorting van de Europese horlogemarkt voor mechanische horloges, o.a. als gevolg van de kartelpraktijken van de grote firma’s in de Zwitserse horloge industrie, maar vooral ook door de opkomst van het elektronische / digitale horloge en de goedkope producten die in die branche door met name Japanse en later ook Chinese fabrikanten op de markt werden geslingerd.
Het is wel een wonderlijke gedachte dat je voor het ongeveer zelfde geld als toen in 1955 nu voor 15 eurootjes, in plaats van toen zo’n ratelend penankertje, nu nog steeds een goedlopend (quartz) horloge kunt kopen. Ook heden ten dage geen top kwaliteit, maar dat was het 70 jaar geleden ook niet.
Hieronder nog een voorbeeld uit de goeie ouwe tijd: Swiss made… een ‘Zürich’, what’s in a name… Ook met een met messing onderdelen opgebouwd Baumgartner uurwerkje. Het kastje is bij dit exemplaar van gegoten aluminium. Er heeft ooit ook nog een soort gold plating op gezeten, maar aluminium laat zich slecht vergulden, dus die goudkleur is er na 70 jaar vrijwel geheel afgesleten. Gelukkig liet ook het kale aluminium zich door mij nog netjes glanzend oppoetsen. Met een in eigen keuken vervaardigd rood leren bandje dat mooi past bij de rode seconden wijzer en de militaire wijzerplaat is het toch een leuk, aantrekkelijk horloge en een representatief exemplaar voor dit soort horloges uit die periode.
Omdat de penanker -Roskopf systeem- horloges over het algemeen een stuk goedkoper waren dan de gesteende anker horloges, was het ook aanvaardbaar dat ze vaak wat minder luxe waren afgewerkt, misschien iets minder betrouwbaar in de exacte tijdsweergave, maar bruikbaar en voldoende duurzaam. Het verschil in prijs tussen een penanker horloge en een gesteend ankergang horloge was een factor 4 tot 10 of meer. Maar ook die penankertjes gingen vaak vele jaren mee. Ze waren wel een stuk luidruchtiger dan de gesteende horloges, je kon ze soms aan de andere kant van de kamer horen tikken, maar daar had schijnbaar niemand last van. Zie hieronder het goed zichtbare verschil in constructie en in kwaliteit tussen (boven) een penanker uurwerk - in dit geval een Rego/Lapanousse 143 uit een Growa horloge - en (onder) een gesteend Zwitserse ankergang uurwerk - een Peseux 380 kaliber uit een Orator horloge; beide horloges zijn van Zwitsers fabricaat en uit het begin van de jaren 50.
Van die ratelende penankertjes zijn er na 75 jaar niet zo gek veel meer over. Net als bij de huidige goedkope quartz horloges was reparatie meestal niet lonend als ze defect raakten en niet zelden werden ze dan weggegooid. Toch zijn er voor de horlogeliefhebber en verzamelaars van dit soort oude meuk, zoals ik, nog verrassend veel exemplaren terug te vinden op beurzen en veiling sites. Vaak zijn ze in erbarmelijke staat en niet meer te repareren en slechts nog goed voor onderdelen om een ander oud wrakje mee van de ondergang te helpen redden.
Maar af en toe kom je er nog wel eens een tegen die er nog verrassend goed uit ziet. Sommige exemplaren lopen zelfs nog als een kieviet en ook nog op tijd. Die laatste categorie heeft uiteraard mijn grootste belangstelling. Defecte of slechtlopende penanker horloges zijn voor mij minder interessant. Ik mis de vaardigheid om ze te kunnen repareren of een volledige servicebeurt te geven en de meeste (amateur) horlogemakers die ik ken hebben er een hekel aan om er aan te werken omdat men het lastig vindt om ze uit elkaar halen, maar vooral veel gedoe om ze weer in elkaar te zetten. Bovendien zijn er nauwelijks nog bruikbare onderdelen voor te vinden en is men dus afhankelijk van passende spare parts uit vergelijkbare of identieke gebruikte uurwerken. Gelukkig lopen er in mijn horlogevriendenkring nog enkele experts rond die de moed, het geduld en de skills hebben om zo’n tegenstribbelend penanker oudje weer tot leven te willen wekken en als zo iemand (ik noem hier met name HF vriend Peter alias @Scudo), het dan weer voor elkaar krijgt om voor mij zo’n bejaard klokje weer werkend te krijgen, ben ik zo blij als een kind.
Hieronder een Cimier, die er cosmetisch nog prachtig uitzag, toen ik hem op een veilingsite tegenkwam en aanschafte, maar helaas niet langer dan 5 minuten achter elkaar wilde lopen. Na een logeerbeurt bij- en een service/reparatiebeurt door Peter loopt het weer in overeenstemming met zijn zo goed als nieuwe uiterlijk. Het kastje is ook bij dit horloge van verchroomd messing. Bij de tweede foto van links hieronder: let op het voor veel penanker horloges kenmerkende dikke/platte balanswiel. Het kaliber in deze Cima is een Rego/Lapanousse153.
Ook de andere Cimier in mijn verzameling, met eveneens een verchroomd messing kastje en een Lapanousse Rego 125 uurwerk, is in vrijwel nieuwstaat. Ik heb het ding al meer dan 10 jaar en het heeft zelfs, voor zover ik weet, nooit enige service gehad. Het loopt desondanks nog steeds keurig op tijd.
In de loop van de jaren dat ik horloges verzamel heeft zich op een apart plekje bij mij in huis een aardige collectie gevormd van die oude jaren 50 luid tikkende Jan-met-de-pet horloges. Qua design variërend van zeer Spartaans tot bedrieglijk chique hebben ze bijna allemaal één ding gemeen: het typische wekker achtige tik geluid als ze lopen. Dat doen ze natuurlijk niet altijd, maar af en toe wind ik er weer eens een aantal op en het is echt een heel aparte sensatie als je dan voor de vitrine kast staat en je hoort ze allemaal tegelijk ratelen. Een uniek en absoluut wonderlijk geluid! Maar dat gebeurt slechts af en toe. Het zijn verzamelobjecten voor de heb en meestal slapen ze.
Op het Horloge Forum zijn er een paar topics, zoals ‘Show hier je penanker kampioenen’ waar HF leden hun penanker monstertjes kunnen laten zien. Ik doe dat ook af en toe, meestal als ik het niet kon laten om toch weer een nieuw exemplaar te kopen op de Rikketik beurs of een veiling site. Soms onbewust. Dan bied ik op een horloge wat ik interessant vind en als ik het dan ‘win’ en het komt aan bij mij thuis, blijkt het soms toch weer zo’n vermaledijd penankertje te wezen. Maar zoals al gezegd, soms vind ik ze dan toch zo aardig dat ze mogen blijven. Ik vind het leuk om in deze post er een aantal te tonen en met name die exemplaren die ik om allerlei reden toch wel bijzonder vind, waarbij dan natuurlijk ook het design van de wijzerplaat een belangrijke rol speelt. Voor zover dus nog niet getoond tussen de alinea’s door in dit artikel, hieronder nog een paar van die dingen, waarvan ik hoop dat ook de kijker hier op het Forum er waardering voor kan opbrengen.
De ‘La Meuse’ horloges werden ook bij Lapanousse vervaardigd en daar zit dan ook een Rego uurwerk in, in dit geval een kaliber 146. Goedkoop kastje van aluminium, maar ook een prachtige bewerkte wijzerplaat.
Er waren uiteraard ook penanker horloges in een vierkant kastje.
Zoals hieronder deze Delta met een (Frans) Lorsa 661uurwerk.
Ik schreef al dat sommige horlogekastjes werden vervaardigd van de goedkope metaal legering Zamak, ook wel bekend onder de naam potmetaal. Door het lage smeltpunt zeer geschikt voor zgn. spuitgietwerk en bij velen waarschijnlijk meer bekend in de vorm van de beroemde Matchbox en Dinky Toy speelgoed autootjes.
Als afsluiting van dit overzicht van een aantal van mijn penanker kampioenen dan ook nog een horloge uit die categorie waarvan het kastje vervaardigd is van dat zelfde wonderlijke grijze materiaal. Als uitzondering t.o.v. de eerder getoonde horloges dit keer eens niet een schoenpoetsdoosje maar een ‘normale’ constructie waarbij het uurwerk (een Baumgartner 800) met een pasring in het kastje is vastgezet, de opwindas door een gat met een tubetje in het kastje wordt gestoken en aan de achterzijde wordt afgesloten met een klemdekseltje. Nog geen schroefdeksel, want het blijft simpel!
Ook hier weer een vergeten en verloren gegaan merk: ZETOL. Enig speurwerk leverde op dat het een submerk was van een fabrikantennaam die nog steeds bestaat, zij het onder een andere (Chinese?) eigenaar: Invicta. Maar dit exemplaar is nog uit de tijd dat er voor het toen nog Zwitserse Invicta en voor de diverse sublabels onder dat merk nog echte traditionele horloges werden vervaardigd. In Zwitserland! Waarvan acte!
Invicta / Zetol horloge met Zamak kast.
Hiermee sluit ik mijn verhandeling over de penanker horloges in mijn collectie af. Ik hoop dat ik hiermee een bijdrage heb kunnen leveren aan de kennis over dit specifieke type horloges. Ik hoop dat de lezertjes er misschien wat meer waardering voor hebben gekregen en dat deze horloges niet alleen maar beschouwd hoeven worden als inferieure rommel, die je niet kunt en wilt verzamelen of waar het niet de moeite waard voor zou zijn om er als (amateur) horlogemaker aan te werken.
Daarom: Leve het penanker horloge, ze verdienen een plaats in de geschiedenis van de horlogeindustrie. Niet als ondergeschoven kindjes, maar als volwaardige ruwe bolster blanke pit deelnemers aan de voor de mens zo belangrijke weergave van de tijd. Net als andere lelijke eendjes die de industrie in de afgelopen 150 jaar heeft voortgebracht: de Deux-Chevaux onder de automobielen, de Solex onder de bromfietsen, de Bic onder de balpennen.
Maar natuurlijk vooral Assepoester tussen de prinsessen.
Afbeeldingen van de Deux-Chevaux. Solex, Bic pennen en Cinderella zijn ‘geleend’ van het Internet.
Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing - Tik-Doing
Veel plezier met het lezen en plaatjes kijken van en bij dit (hopelijk niet te lange) verhaal.
Tot een volgend horlogeavontuur en voor vanavond en vannacht: Welterusten, beste horlogevrienden.
Lex












































