Hij liep niet en was maximaal opgewonden. Alles uit elkaar gehaald en door de Elma getrokken voor een schoonmaak. Zat opgedroogde olie in. Verder zag eigenlijk alles er prima uit.
Dan weer in elkaar. @chi_kwadraat weet jij welk uurwerk dit is? Ik kom helemaal nergens markeringen tegen … enkel op een plek onder de balans, maar dat is alleen het nummer 409.
Het is, denk ik, een Femga caliber, type 500 misschien. De vorm van de tiretteveer is identiek.
Maar Femga is Frans, en er staat wel degelijk “Swiss”…
Er schijnt een opzetje geweest te zijn waarbij Franse Femga’s onder de merknaam Precimax met de aanduiding “Swiss” op de markt konden worden gebracht. Misschien weet iemand meer ?
Edit: het zou dan een Precimax 300 kunnen (moeten?) zijn.
Nitraatcellulose. Instabiel, uiterst brandbaar en giftig. Ze maakten er vroeger ook prachtig gekleurde vulpennen van. En vóór 1953 vrijwel alle 35mm bioscoopfilm, zowel het opnamemateriaal als de distributie/projectie kopiën.
Waarom alleen vóór 1953? Omdat de firma Kodak toen de zgn. ‘Safety Film’ in 35mm op de markt bracht. Dat was op acetaat basis en vrijwel onbrandbaar. Gevolg was dat in praktisch de hele wereld geen verzekeringsmaatschappij nog uitkeerde als er in een bioscoop, of film lab. (nitraat) brand uitbrak. Binnen een jaar was de hele industrie aangepast. In de loop van de jaren 50 verdwenen verder vrijwel alle andere toepassingen van celluloid / nitraat. De horlogeglaasjes zijn sindsdien (maar vaak al vanaf de jaren 40) van ‘plexiglas’, d.w.z. de een of andere variant van acryl.
Interessant om te lezen Lex. Dat bevestigt dan tevens ook het NOS verhaal omdat dan zeer zeker het originele glaasje er nog op zat.
Zou het ding eigenlijk eens in de fik moeten steken om te zien wat het doet
Pas op! Het spul is niet te stoppen als het eenmaal gaat branden. Er kan zelfs een steekvlam ontstaan. Doe het als je perse het experiment wil uitvoeren in elk geval buiten!
Belangrijk om te weten:
Je kunt het niet blussen met water omdat er bij het branden zuurstof vrijkomt. Nitraat gaat in combinatie met water dus alleen nóg harder branden. Bij blussen met water van brandend nitraat ontstaat bovendien ook cyanide (blauwzuurgas)!
Nu zal dat bij zo’n klein glaasje wel meevallen, maar toch… Ik heb bij een poging tot restaureren van een vulpen wel eens een celluloid exemplaar in brand laten vliegen bij iets te lange verhitting. De zelfontbrandingstemperatuur kan soms zo laag als ca. 60 graden celcius liggen.
Geloof me, daar krijg je het erg benauwd van.
En toch is het zo, Lennert. Wel onder de meest ongunstige omstandigheden. D.w.z. het ontbindingsproces van de nitraatcellulose is dan al bezig. Dat kan al beginnen na een jaar of 25. Bij een warme en vochtige omgeving gaat de ontbinding sneller dan bij droogte (lage relatieve vochtigheid en lage temperatuur). Die 60 graden geldt met name bij (bioscoop) film. Maar ook bij mijn oude celluloid vulpennen, die ik soms moest bewerken met een föhn voor reparatie/restauratie, ging het spul al snel fikken.
Ik werkte destijds bij het Film & Fotoarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst (dat archief is tegenwoordig onderdeel van het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid in Hilversum). Daar, destijds in de Haagse duinen, hadden we in speciaal gebouwde beveiligde kluizen, 6 miljoen meter (!!!) 35 mm bioscoopfilm van die Nitraat rotzooi liggen. We hebben daar proeven mee gedaan: Enkele stukjes filmstrook van elk zo’n cm of 10 samen met een laboratorium thermometer op een elektrisch kookplaatje. Daar kwam dus geen open vuur bij te pas. Bij ca. 60 graden begon het spul te roken, gelijk daarna vloog het proefsetje in de fik.
Bij mijn vulpennen zal de temperatuur uit de mijn fohn (aangepaste verfbrander) iets hoger zijn geweest, maar veel meer dan 100 graden zal het celluloid niet geworden zijn toen het ging branden.
Achter glas…
Ja, als dat als een brandglas werkt, heb je een probleem. Waarom dacht je dat er nog maar zo weinig van die ouwe celluloid pennen over waren? Er zijn er vele miljoenen van gemaakt.