De muziek van Dragonforce kan het best omschreven worden als extreme powermetal. In het begin werd de band zelfs beschuldigd van bedrog omdat gedacht werd dat de muziek in de studio langzamer werd opgenomen dan die later op cd verscheen, want het zou menselijk onmogelijk zijn om zulke extreem snelle gitaarsolo’s te spelen. Maar ook live bleken ze dat te kunnen. Vooral in de eerste 10 jaar was het een internationaal gezelschap: de leden kwamen uit Engeland, Nieuw Zeeland, Hong Kong, Frankrijk en Oekraïne. In 2010 vertrok de zanger en werd (m.i.) de muziek wat minder omdat ik de stem van de nieuwe zanger minder goed vond passen. Ik heb nooit helemaal begrepen waar hun songteksten over gaan, maar het heeft altijd te maken met soldiers, warriors, journeys, heroes maar dan in algemene zin getuige titels als: “Soldiers of the wasteland”, “The warrior inside”, “The last journey home” en “Heroes of our time”. Knap dat je daar een aantal albums mee vol krijgt zonder ooit specifiek te worden. Ik heb hun beste 25 nummers uit die eerste 10 jaar op mijn telefoon staan, vandaar de wat ongewone foto.
Gisteravond de sympathieke Fortunate Sons mogen aanschouwen in de Baarnsche ‘Speeldoos’, en na afloop kon ik dit leuke aandenken natuurlijk niet laten liggen!
Het werk zit er op voor vandaag. Nu nog even twee huishoudelijke klusjes… waarbij ik op ern flink volume deze lekkere filmmuziek van Roy Budd draai.
Fijne plaatjesdag en fijn weekend!
Pat Boone (ja, hij leeft nog, 91 inmiddels) zal bij een enkeling nog een aha-gevoel oproepen van de Amerikaanse Cliff Richard, een enigszins on-cool, met burgerlijke waarden dwepend figuur, dat een beetje meelifte op de Rock-'n-Roll hype van de late jaren 50, maar dan met de scherpe kantjes er vakkundig vanaf gevijld. Bij het brave Middle America was hij dan ook razend populair. Later werd hij meer een country artiest en een TV-dominee.
Op deze, en nog een paar andere cd’s/lp’s uit de late jaren 50 (heruitgegeven door het Britse liefhebbers-label Sepia), gooit hij het meer over de mainstream boeg van het Great American Songbook, en dat doet hij zeker niet onverdienstelijk. Hij heeft een mooi, warme, diepe bariton (“a frustrated bass” zoals hij hetzelf noemt) en hij wordt ondersteund door de arrangementen en het orkest van Billy Vaughn die hem goed uit de verf laten komen.