Er is al veel gezegd over de quartz crisis, maar er wordt vrijwel nooit fatsoenlijke informatie gegeven over wat er in de periode voorafgaand aan de Seiko Astron van 1969 allemaal gebeurde. Dat is ook logisch, want het hele narratief dat de Japanse uitvinding van quartz veel Zwitserse merken de das omdeed is de grootst mogelijke nonsens, dus als je echt informatie op een rijtje gaat zetten kom je tot de conclusie dat de Zwitserse industrie bijna kopje onder ging omdat ze domme dingen deden. Niet meer, niet minder.
Laatst vroeg iemand me op dit forum om het eens op een rijtje te zetten, dus bij deze. Er zijn al eerder topics over geweest. Zo schreef @AmsterdamVintageWatches in 2020 summiere tekst die maar weinig informatie over de daadwerkelijke geschiedenis bevatte:
Ik heb dat topic toen niet gezien, anders was wat nu volgt destijds al in dat topic gepost. Om Jasperâs vraag te beantwoorden, ik ben van '75, en toen ik opgroeide hadden volwassen mannen een Seiko quartz, terwijl ons hoogste goed als kinderen een Casio was. Wij ervaarden dat toen nooit als crisis.
Maar goed, eerst even een muziekje voor de sfeer:
De uitvinding en toepassing van quartz - 1700 tot 1950
In het begin was daar het piëzo-elektrische effect. Eén van de mensen die betrokken was bij de oorspronkelijke theorie dat er een relatie is tussen mechanische kracht of beweging en elektrische spanning was de Zweed Carl von Linné die na omzwervingen door Duitsland en Nederland (hij studeerde kortstondig aan de Universiteit van Harderwijk, jawel) in contact kwam met Franz Aepinus.
Carl von Linné kennen we natuurlijk allemaal van het feit dat hij in 1735 een poging waagde om al het leven op aarde in een taxonomie te classificeren, dus elektriciteit was een hobby voor de goede man. Aepinus was veel actiever in het veld.
Enfin, beide heren formuleerden de theorie dat het onder druk zetten van bepaalde kristallen een elektrische spanning op zou leveren, maar vroege experimenten waren niet succesvol. Het zou nog tot 1880 duren vooraleer De broers Pierre en Jacques Curie piëzo-elektrische effecten demonstreerden.
Ze vonden daarvoor meet-apparatuur uit, en bewezen als eerste dat je een spanning krijgt wanneer je een quartz kristal onder druk zet, maar later toonden ze ook aan dat een quartz kristal vervormt als je het onder spanning zet. Jaren lang bleef het effect een laboratorium vraagstuk. In 1898 hielp het Marie Curie om polonium en radium te ontdekken, maar praktische toepassingen bleven uit tot de eerste wereldoorlog.

Na de tenondergang van de Titanic was er in 1913 grote interesse in methodes om zaken onder water te kunnen detecteren. Er waren een aantal oplossingen die tekort schoten, maar het veld werd naarstig onderzocht. In 1915 begon de Franse natuurkundige Paul Langevin zich met het vraagstuk te bemoeien, en hij stoelde zijn uiteindelijke oplossing op werk van de broers Curie. Daarmee was in Maart 1917 de moderne Sonar een feit, die gebruik maakte van quartz kristallen als oscillator.
Naast Sonar werd de quartz oscillator ook gebruikt om radio-zendingen op stabiele frequenties te houden, en in de jaren 20 werd er veel werk verricht om zo stabiel mogelijke quartz oscillatoren te ontwikkelen. Het zou nog tot 1928 duren voordat Warren Marrison voor Bell Laboratories een quartz klok zou ontwerpen die accuraat was tot 1 seconde per 30 jaar, en deze klokken vervingen de precisie-penduleklokken die tot dan toe in gebruik waren. Quartz zou de referentie tijd bijhouden tot de uitvinding van de atoomklok in de jaren 50.
Grappig zijspoortje: Ik heb zesentwintig jaar bij HP gewerkt. Bill Hewlett en Dave Packard zijn de grondleggers van het moderne Silicon Valley, iets waar ik de laatste tijd minder trots op ben, en ik denk zij ook als ze nog leefden. Hun eerste producten waren echter allemaal test- en meet-apparatuur, en ze specialiseerden zich in het begin in oscillatoren. Dit model, bijvoorbeeld, wat in 1938 uit kwam:
Grappig genoeg werd dit product onder meer door Disney gebruikt voor het maken van de film Fantasia, bijvoorbeeld. In 1964 was het HP die met de 5060A atoomklok de eerste cesium-beam klok maakten met solid state componenten in plaats van elektronenbuizen.

Maar goed, zoals we zien werd quartz tussen 1928 en de vroege jaren 50 als referentie-tijd ingezet.
De uitvinding van het quartz polshorloge - 1950 tot 1969
De Japanners waren niet de eersten die bezig gingen met quartz horloges. Laten we die mythe dan ook maar direct de nek om draaien. De âquartz crisisâ sloeg dus ook niet in als een bom, zoals in het topic waar ik aan refereerde gesuggereerd werd. Tegen de tijd dat het 1969 was waren de Zwitsers er echt al bijna 20 jaar mee bezig.
Tussen 1950 en 1962 was de Fédération HorlogÚre Suisse (FH) al bezig met een mogelijke vervanger voor het traditionele echappement. Ze zagen, gegeven de ontwikkelingen die hierboven beschreven zijn, de bui al lang hangen en identificeerden het elektronische horloge als een mogelijke toekomstige bedreiging voor het Zwitserse horloge. De Zwitserse observatoria, net als sterrenwachten over de hele wereld, gebruikten namelijk al sinds de jaren 30 quartz. Inclusief Neuchùtel, GenÚve en Besançon.
Er waren drie sporen van onderzoek. Tussen 1950 en 1957 hielden Omega, Longines, Jaeger LeCoultre, Eterna en LIP (weliswaar Frans, maar toch) zich bezig met onderzoek naar het vervangen van de veerton door een batterij, waarbij een electromagneet gebruikt zou worden om de balans in gang te houden. Aan de andere kant van de oceaan waren Hamilton en Elgin hier ook al mee bezig. Dit was op termijn een doodlopend spoor omdat de accuratesse niet verbeterde ten opzichte van een veerton, maar er zijn notabele elektrische horloges met een ankergang geweest.
De tweede ontwikkeling bestond er uit dat ingenieurs naar de quartz klokken van de observatoria keken, en bij zichzelf dachten âkan dat op een pols terecht komen?â. Daar waren een paar uitdagingen bij. Ten eerste waren de electronica en quartz kristallen gewoon veel te groot. Die zouden geminiaturiseerd moeten worden. Ten tweede hadden ze het probleem dat het geĂŻntegreerde circuit nog niet bestond, en dingen met elektronenbuizen werden gedaan. Het derde probleem was dat batterijen slecht waren.
Dat brengt ons bij het derde onderzoeksspoor, namelijk het stemvork horloge wat iedereen natuurlijk van Bulova kent. De Accutron werd dan ook door Bulova ontwikkeld onder leiding van een ingenieur die Max Hetzel heette en uit Zwitserland kwam. De Accutron werd in 1960 wel op de markt gebracht, en dat sloeg wel in als een bom.
Er is al genoeg gezegd over de Accutron en stemvork-horloges, dus daar zijn andere topics voor. Voor nu nog even een tweede muziekje voor de sfeer:
Met de introductie van de Hamilton Electrics in 1957 en de Accutron in 1960 begon het in de hoofden van de Zwitsers nu echt dringend te worden. Ze beseften dat er geen enkel bedrijf was wat genoeg wist van electronica, batterij technologie, en het maken van quartz kristallen om meters te maken, en dus werd in 1962 het Centre Electronique Horloger opgericht door Gerard Bauer van de FH, de Zwitersere horloge federatie, samen met Ebauches SA (later ETA), en een consortium van zoân 20 horlogemerken. So much voor arme artisanale boertjes die verrast werden door de moderniteit.
CEH is van 1962 tot 1984 actief geweest in Zwitserland. Er werd een smak geld en mankracht tegenaan gegooid door organisaties. Dit was de kern:
- Longines
- Omega
- Patek Philippe
- Rolex
- Jaeger LeCoultre
- Gierard-Perregaux
Maar ook:
- IWC
- Piaget
- Zenith
- Rado
- Tissot
- Certina
- Mido
- Ebauches SA
- ASUAG
Het CEH was ook succesvol. In de chronometrie wedstrijden van het Neuchatel observatorium in 1967 waren er twee bedrijven die met een quartz prototype aan kwamen zetten: Seiko en Longines.
Dat is een mooie illustratie van het feit dat aan de andere kant van de wereld de Japanners al een tijd met de vraag bezig waren. In 1962 had Seiko al tafelklokken met quartz oscillatoren ontwikkeld in de aanloop naar de Olympische Spelen van 1964. Deze werden tot 64 dan ook door ontwikkeld en culmineerden in de Crystal Chronometer. Intussen waren ze ook druk bezig met displays van tijd en hadden ze printers nodig. Een dochter onderneming van Suwa Seikosha, Shinshu Seiki Co, werd aangewezen om printers te ontwikkelen.
Fun fact, dit resulteerde in 's werelds eerste mini printer ooit, namelijk de EP-01 in 1968:
Later zou Shinshu zichzelf omdopen tot Epson, bekend van de printers. En van Spring Drive.
Terug naar quartz⊠Veel ontwikkeling vond in een koortsachtig tempo plaats omdat Seiko natuurlijk de eer van heel Japan hoog moest houden tijdens de Olympische spelen.
Tezelfdertijd waren ze hard bezig met zowel de King Seiko als Grand Seiko lijnen, omdat ze wilden bewijzen dat ze beter waren in chronometers dan de Zwitsers. Ik houd daar wel van, engineering uit pure wrok. Maar goed, toen Grand Seiko in 1968 horloges naar Neuchatel stuurde (en van een 144ste plaats in de categorie polshorloges naar een tweede plaats was geklommen in 1968) kregen ze te horen dat de wedstrijden voor polshorloges op zouden houden, en dat men de regels aan het moderniseren was.
Fun fact: Seiko deed vanaf 1964 ook mee aan Deck Chronometer en Chronometer categorieën, met onder andere de bovengenoemde Chrystal Chronometer en ook deze deck klokken:
De reden dat de Chronometry Trials in Neuchatel hun leven aan het bezinnen waren is omdat de eerder genoemde quartz prototypen in 1967 al rondjes om de mechanische concurrenten renden, en men de bui al lang aan zag komen: Dit zou de toekomst worden.
Ook heeft niemand het ooit over de Duitsers in deze context. In Duitsland was de horloge-industrie uit GlashĂŒtte door de bosjewieken opgezogen en genationaliseerd in communistisch Oost-Duitsland, dus dat ging helemaal nergens meer heen. In West Duitsland hadden bedrijven als Siemens en Telefunken uitstekende kennis op het gebied van quartz, maar die waren niet bezig met horloges.
Er was echter één speler wel bezig met de vraag. Junghans. Maar omdat de Duitse horloge-industrie na de tweede wereldoorlog versplinterd en verminderd was, moesten ze het alleen doen. Junghans heeft veel met quartz gedaan, en ook met HAQ, maar omdat partijen als Siemens, Junghans en anderen in Duitsland de handen nooit ineen sloegen kwamen ze niet als eerste over die finish.
Na de Astron - 1969 tot 1985
Na al het bovenstaande kwam in 1969 de Seiko Astron op de markt. Dit horloge werd uitgebracht in een gouden kast, was accuraat tot +/- 5 seconden per maand en kostte 450.000 Yen, wat ongeveer 4200 USD was. Even voor de context: Een Corolla kostte toentertijd 430.000 - 500.000 Yen, en het gemiddelde Zwitserse high-end horloge ging voor 30.000 - 80.000 Yen over de toonbank.
Grappig genoeg brachten de Zwitsers het volgende jaar horloges met het Beta 21 uurwerk uit wat door CEH was ontwikkeld. Merken als Patek Philippe en Omega gingen expliciet op de âluxury pricingâ zitten waar de Astron ook op uitgebracht was, en dat resulteerde in dit soort horloges:
De capitale fout die de Zwitsers maakten is dat ze vol inzetten op de luxemarkt, terwijl de Japanners direct begonnen te investeren in massa-productie mogelijkheden om de prijs van quartz naar beneden te brengen.
Seiko had bijvoorbeeld Very Fine Adjusted, Double Quartz, Grand Quartz en allerlei gradaties van kwaliteit. Ook vonden ze het eerste LCD horloge uit, omdat ze niet mee gingen in de LED craze die door Hamiltonâs Pulsar werd veroorzaakt.
De eerste Pulsar P1 werd ook in goud uitgebracht, was ook tering duur, en er ontstond een soort van hype bubble. Zelfs bedrijven zoals Texas Instruments gingen er in mee. Fun fact: Gilette is kortstondig eigenaar geweest van Pulsar, na de afsplitsing en teloorgang van de LED horloge technologie. Gilette was eigenaar van Braun en Parker Pen Company, en kocht Pulsar in 1978. Toch een mooi bewijs dat Gilette heel er niet âthe best a man can getâ is. Stelletje laaienlichters.
Grappig genoeg was de Pulsar P2 in staal nog maar 300 Dollar in plaats van de initiële 3000 van de P1, en waren er plenty stalen LED modellen op de markt in 1975 die je voor 100 Dollar kon kopen. Hoe dan ook geloofde Seiko niet in de technologie, en ze kwamen in 1973 met dit horloge uit:
Ook dit horloge was duur, want het was 135.000 Yen, wat nog steeds meer was dan de gemiddelde Rolex, maar al ver verwijderd van de prijs van een auto.
De Zwitsers reageerden veel te traag op dit alles. Andere partijen, zoals Casio, waren razendsnel. Casio had tot 1974 alleen nog maar calculators gemaakt, en kwam uit deze wereld:
Maar in 1974, in navolging van Seiko, kwamen ze met de Casiotron. In 1977 was het eerste horloge wat uit Epoxy bestond een feit: de Casio F100.
De Casiotron kostte bij release nog eens 60.000 Yen, de helft van de Seiko LCD horloges, en in 1977 was de prijs gedaald naar zoân USD 39,95 voor een F100. Die prijzen zijn dus gekelderd.
De Zwitserse traagheid en het feit dat ze dachten dat quartz in het luxe segment zou spelen heeft de industrie bijna de das om gedaan. Het duurde tot 1979 vooraleer ETA echt grote volumes aan quartz uurwerken bouwde voor massa-consumptie. Swatch zou in 1983 gelanceerd zijn om het vege lijf te redden, maar in mân naspeuringen kwam ik dit artikel tegen van November 1982:
Dit zou suggereren dat ETA in 1982 met Swatch kwam. Het concept was al sinds 1980 in ontwikkeling, en de geestelijke vaders ervan waren Ernst Thomke, Elmar Mock, en Jacques MĂŒller van ETA SA. Een externe marketing consultant, ingehuurd door Thomke, kwam met het idee om er mode horloges van te maken. De man die de uiteindelijke lancering van het concept voor zân rekening nam was marketing executive bij NestlĂ© en Colgate geweest, en kwam dus uit de Consumer Packaged Goods industrie.
Daarmee is direct ook het idee ontkracht dat Nicolas Hayek de industrie gered heeft. Het was ETA onder Ernst Thomke, Hayek nam Swatch in 1985 over, samen met âeen groep Zwitserse investeerdersâ. Deze overname resulteerde uiteindelijk in de Swatch Group zoals we die nu kennen.
Zijsprongetje: In 1982 was Seiko al met het volgende ding bezig. Er waren patenten aangevraagd voor Spring Drive, en Yoshikazu Akahane van Suwa Seikosha (nu Epson) had al een prototype op de plank liggen. Letterlijk:

Het is tekenend dat ETA/Swatch een jaar later nog eens met een betaalbare quartz aan moesten komen.
Vanaf dat moment werd quartz een beetje het standaard horloge wat je kocht, en merken als Seiko, Citizen en Casio werden allemansvrienden, terwijl ook huizen als Cartier de technologie aan de luxe kant omarmden. Cartier overleefde omdat horloges slechts een deel van het bedrijf waren, en omdat het een design- en mode-forward huis was.
Ik hoop hiermee de onzin van het narratief aangetoond is dat de kwaadaardige Japanners als donderslag bij heldere hemel een quartz crisis veroorzaakten die de arme hardwerkende artisanale Zwitserse horlogeboeren zomaar de das om deed.
De crisis werd in mijn optiek met name veroorzaakt door Zwitserse inschattingsfouten en traagheid in een snel veranderende wereld. Conservatief zijn was in de jaren 70 en 80 gewoon geen goed idee. Volgens mij is dat gewoon de wet van de remmende voorsprong.






















